KOOPMAN, DOMINEE, KUNSTENAAR.

In de genen van de kerk zijn de koopman en de dominee wel te vinden. Maar waar is de kunstenaar?

De koopman en de dominee kennen we. In de ‘Nederlandse ziel’ zijn zij nadrukkelijk aanwezig. De koopman met zijn Hollandse nuchterheid en zakelijkheid. ‘Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg’ en ‘Wat koop ik daarvoor’? Direct herkenbaar in ‘De Nederlander’. Net als de dominee die met zijn opgeheven vingertje precies weet hoe het moet.

Jan Roelofs werkt dit breder uit in zijn boekje: ‘Koopman, Dominee, Kunstenaar’ (Utrecht, 2011). Via een wandeling door de geschiedenis van Nederland beschrijft hij het ontstaan van zoiets als ‘De Nederlandse Ziel’. De koopman staat voor het Ware, de dominee voor het Goede. Maar om samen tot bloei te komen hebben ze het Schone van de kunstenaar nodig. Zonder kunstenaar slaat de koopman door in kil materialisme en egocentrische hebzucht. En de dominee overdrijft in bekrompen fundamentalisme en fanatieke zuiverheid als de kunstenaar hem daar niet voor behoedt.

Helaas vertrok de kunstenaar naar het warme, vriendelijke Zuiden. Dat was na de bloei van de Gouden Eeuw, toen koopman, dominee en kunstenaar samen optrokken en de vloer legden voor de sterke positie van het huidige Nederland. Hij liet het verstikkende klimaat van de 18e eeuw achter zich. Miezemuizende dominees en patserige kruideniers zorgden voor een sfeer van kleinzieligheid en lafheid. En daar kon de kunstenaar niet tegen! En hij verliet de Lage Landen.

Pas in de 20e eeuw waagt de kunstenaar het langzaam maar zeker terug te keren. Met zijn aandacht voor gevoel, innerlijk, het individuele, het Schone.

Volgens Roelofs laten zowel de koopman als de dominee zich van buitenaf aansturen. De een door de materie, de ander door God. Beide dimensies zijn nodig. Maar zonder de kunstenaar die de verbinding met het innerlijk legt komen we om in de ‘oppervlakkigheid van Platland’.

Ik maakte tijdens het lezen als vanzelf de vergelijking met de kerken in Nederland. Zijn daar de koopman en de dominee ook niet veel dominanter aanwezig dan de kunstenaar? De koopman met zijn nadruk op wat werkt, wat objectief verifieerbaar is, zijn protocollen om de boel beheersbaar te houden. En de dominee met zijn preken en zijn normatieve denken en zijn uitleg van wat God wil. Maar waar is de kunstenaar met zijn ruimte om te experimenteren, zijn out-of-the-box-denken, zijn waarnemen van wat er is en niet zozeer van wat er moet zijn (normatief denken!)?

Natuurlijk, er wordt gepionierd, er is aandacht voor innerlijk en bewustzijn van eigen kracht. Maar te vaak is dat marge-werk en levert het gedoe op. Het zit niet in de genen van de kerk in Nederland!

Ik kijk uit naar een vruchtbaar huwelijk tussen koopman, dominee en kunstenaar in de kerk. Met aandacht voor het Ware, het Goede én het Schone!

Reacties

Plaats een reactie